MS wordt bepaald door de samenloop van diverse factoren: ze komt voor door een combinatie van een genetische vatbaarheid en bepaalde “omgevingsfactoren”.
Het absolute risico voor kinderen of andere familieleden van een persoon met MS blijft laag, maar is hoger dan dat van de algemene bevolking. Er wordt uitgegaan van een risico van 0,1% voor de hele Belgische bevolking voor het ontwikkelen van MS. Kinderen van een persoon met MS hebben een risico van ongeveer 1,5 tot 2,5% om zelf de ziekte te krijgen. Voor broers en zussen is dit risico 3 tot 4%.
De genetische voorbeschiktheid heb je zelf niet in de hand, maar je kan wel inzetten op omgevingsfactoren door bijvoorbeeld te streven naar voldoende bloedwaarden van vitamine D, een gezond lichaamsgewicht, fysiek actief te zijn, niet te roken, een gevarieerd mediterraans en weinig bewerkt dieet, enz.
Het is sterk aanbevolen om vroegtijdig (liefst al bij diagnose) met de neuroloog de zwangerschapswens uit te drukken: dit beïnvloedt de behandelkeuze omdat niet alle immuunmodulerende behandelingen voor MS veilig kunnen worden doorgegeven tot aan of tijdens de zwangerschap.
Een bijkomende aanbeveling is het maken van duidelijke afspraken rond de ideale timing van een zwangerschap. Er wordt aangeraden om pas zwanger te worden na 1-2 jaar stabiele ziekte (geen nieuwe opflakkeringen, geen nieuwe letsels op MRI hersenen).
Supplementen: bij personen met MS en bij zwangere vrouwen wordt aangeraden om te streven naar hoge vitamine D spiegels om de gezondheid van de baby te bevorderen. Ook foliumzuur supplementen worden aangeraden vanaf het moment dat een vrouw zwanger probeert te worden.
MS beïnvloedt de vruchtbaarheid niet rechtstreeks, maar klachten zoals vermoeidheid, spasticiteit of seksuele problemen kunnen een indirecte impact hebben. Sommige personen met MS kiezen er ook voor om hun kinderwens uit te stellen tot ze de diagnose een plaats hebben kunnen geven in hun leven. Men moet dus niet aarzelen om deze factoren te bespreken met de arts. Ook seksuele problemen zijn bespreekbaar én behandelbaar.
Vruchtbaarheidsbehandelingen (o.a. IVF) zijn mogelijk bij personen met MS en beïnvloeden de MS-activiteit niet. Er wordt wel aangeraden om de immuunmodulerende behandeling voor MS, indien mogelijk, verder te zetten tijdens deze behandelingen.
Tijdens de zwangerschap wordt het immuunsysteem wat afgezwakt, wat zorgt voor een afname van het aantal opflakkeringen tijdens de zwangerschap, in vergelijking met de periode voordien: er is dus een natuurlijke bescherming tegen nieuwe opflakkeringen.
Wanneer er toch nieuwe neurologische symptomen ontstaan tijdens de zwangerschap, moet het onderscheid worden gemaakt tussen een opflakkering van MS of zwangerschapsgerelateerde symptomen, wat niet altijd eenvoudig is (denk maar aan blaasklachten, duizeligheid, vermoeidheid). Laagdrempelig overleg met de gespecialiseerd verpleegkundige, neuroloog en gynaecoloog kan helpend zijn.
Indien er een belangrijke opflakkering optreedt tijdens de zwangerschap kan, zo nodig, cortisone worden toegediend om het herstel te versnellen.
Tijdens de zwangerschap worden doorgaans geen routine MRI scans uitgevoerd. Indien nodig kan dit wel veilig gepland worden tijdens de zwangerschap, zolang er geen contrastvloeistof wordt toegediend.
MS beïnvloedt het verloop van de zwangerschap niet. De zwangerschap bij een persoon met MS is in principe een “normale” zwangerschap en geen “hoog-risico” zwangerschap. De gynaecologische opvolging tijdens de zwangerschap hoeft niet verschillend te zijn dan bij vrouwen zonder MS.
Er is in principe geen neurologische contra-indicatie voor het krijgen van een epidurale/spinale verdoving bij een vrouw met MS.
MS op zich is ook geen reden om automatisch voor een keizersnede te kiezen.
Deze beslissingen kunnen worden genomen in functie van de noden van moeder en kind. Het kan zinvol zijn om een korte raadpleging bij de anesthesist te plannen in het derde trimester, om dit te bevestigen met het behandelend team en bijkomende stress op het moment van de bevalling te vermijden.
De eerste 3 à 6 maanden na de bevalling stijgt het risico op een nieuwe opflakkering in vergelijking met de periode voor de zwangerschap. Daarom is het belangrijk om op voorhand goede afspraken te maken rond het (her)starten van immuunmodulerende medicatie voor MS. De keuze van het product en het beste moment om te (her)starten zal afhangen van de ziekteactiviteit voor en tijdens de zwangerschap, of de mama borstvoeding geeft en eventueel ook van een nieuwe MRI-hersenenscan na de geboorte.
Vrouwen met MS hebben een verhoogd risico op perinatale depressie. Het is nog belangrijker om hier aandacht voor te hebben en zo nodig de betrokkene persoon te verwijzen voor behandeling.
Een ander aandachtspunt na de bevalling is bekkenbodemrevalidatie.
Borstvoeding kan en mag gecombineerd worden met sommige immuunmodulerende behandelingen voor MS (zie hieronder, directe link naar medicatie). Bespreek dit wel steeds met de neuroloog! Exclusieve borstvoeding zou beschermend zijn tegen nieuwe opflakkeringen. Wanneer dit vlot verloopt, kan dus worden aangeraden om borstvoeding te geven. Wanneer borstvoeding moeizaam verloopt, moet het potentieel voordeel worden afgewogen tegen de negatieve impact van oververmoeidheid op het neurologisch functioneren.
Behandelkeuzes zijn persoonlijke afwegingen die men als persoon met MS met de neuroloog moet maken. De aanbevelingen die volgen komen voort uit internationale richtlijnen en studies, maar individuele situaties kunnen hiervan afwijken.
Kinderwens? Het beste is om het zo vroeg mogelijk te bespreken. Het beïnvloedt inderdaad de behandelkeuze en de timing!
Zwanger? Een snel contact met de neuroloog is aanbevolen voor een aangepaste en gecoordineerde opvolging met de gynaecoloog!
Het is wenselijk om vóór de bevalling reeds een duidelijk plan klaar te hebben voor na de bevalling (herstart medicatie, borstvoedingswens, nieuwe MRI).
Ouderschap brengt ook vermoeidheid en twijfels met zich mee. Het kan zinvol zijn om op voorhand extra hulp te voorzien voor na de bevalling (familie, poetshulp, boodschappen aan huis). Afwisselen tussen cognitieve en fysieke activiteiten kan helpen bij vermoeidheid.
Het advies van een ergotherapeut en kinesist kunnen bijzonder nuttig zijn wanneer sommige handelingen (bijvoorbeeld tillen, badmoment, dubbeltaken) moeilijker verlopen.
Het gebruik van lijstjes, van een agenda, van vaste routines en alarmsignalen kunnen helpen compenseren bij cognitieve moeilijkheden.
Krysko KM, Graves J, Rensel M, et al. Breastfeeding and postpartum relapses in multiple sclerosis. JAMA Neurol. 2020.
Houtchens MK, Manieri MC, Mahlanza TD, et al. A real-world prospective multiple sclerosis pregnancy registry in the United States (PREG-MS). Neurol Clin Pract. 2025;15:e200425.
Vukusic S, Carra-Dallière C, Ciron J, et al. Pregnancy and multiple sclerosis: 2022 recommendations from the French multiple sclerosis society. Mult Scler. 2023;29:11–36.